Het coronavirus als sociaal medium

Het leven moet perfect zijn.  Daar lijkt het toch op telkens ik een blik werp op mijn newsfeed op de sociale media.  Dat het leven niet perfect is, blijkt nu tijdens de lockdown – al mag die eigenlijk niet zo worden genoemd – meer dan ooit.  Ik word opgesloten in mijn eigen huis.  Als ik dan toch buiten kom, lopen de anderen in een grote boog rond me heen.  Op mijn teerbeminde na raakt niemand me nog aan.  Toch voel ik verbondenheid rond me heen – onzichtbaar en subtiel, maar toch intens. 

Sinds twee jaar mag ik me met enige fierheid vastgoedeigenaar noemen.  Het werd Mechelen, als compromis.  Feestjes waren er sindsdien genoeg bij me thuis, sociaal contact is nu eenmaal cruciaal.  Van heinde en verre stroomden ze toe, de vele dorstige vrienden die ik rijk ben, uitgenodigd via de sociale media.  We zwolgen en schransden samen tot ver na zonsondergang.  Tussendoor discussieerden we ook. Mooie tijden waren dat.  Ze lijken reeds lang vervlogen.

De feestjes zijn voorbij, alvast voor enige tijd.  Ook mijn vrienden worden in hun huizen opgesloten.  Hun huizen staan ver weg van het mijne.  Plots worden we met z’n allen gedwongen om het leven dat we kennen op pauze te zetten.  We hopen dat alles snel opnieuw zijn normale gang zal gaan, maar we weten het niet.  We weten het niet… 

Deze middag om klokslag 12 uur hing ik mijn allerwitste laken uit het raam.  Daar hadden enkele BV’s toe opgeroepen op de sociale media.  De hashtag #mercivanuitmijnkot werd gretig gedeeld.  Advies van BV’s opvolgen is niet mijn gewoonte, zeker niet als dat advies via de sociale media bij mij terechtkomt.  Het nut van een proper laken vuil te maken om enkele verpleegsters te bedanken, ontging me ook enigszins.  Was het uit verveling dat ik het toch deed?  Wie zal het zeggen. 

Wat nadien gebeurde was betoverend.  Ik zag verscheidene vreemde gezichten voor het eerst opduiken.  Het bleken mijn buren te zijn.  De viespeuk van een overbuur die steeds al rokend op zijn terras door het slaapkamervenster bij ons probeert binnen te loeren, blijkt een buitengewoon sympathiek man te zijn.  We dronken samen koffie.  We deelden niet dezelfde koffie, dat is verboden.  We maakten elk onze eigen kop, maar we genoten er – met een straatbreedte afstand tussen ons – samen van.  Hij al rokend vanop zijn terras, ik vanuit het slaapkamervenster. 

Ik ben er sinds vanmiddag zeker van: we zijn getuige van het einde van een tijdperk.  Er komt een voor en een na.  Het leven zal niet meer het gangetje gaan dat wij vroeger normaal noemden. 

En op het volgende feestje nodig ik verdomme mijn buren uit!